Vaccinaties bij kinderen

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Vaccinatie bij kinderen

Inleiding

In 1957 is in Nederland het Rijksvaccinatieprogramma in werking gesteld. Hierbij worden kinderen van een leeftijd van 0-12 jaar ingeënt tegen een reeks zeer besmettelijke, en in veel gevallen dodelijke, ziekten. De ziekten zijn op een rijtje: difterie, kinkhoest, tetanus, polio (DKTP); Bof, mazelen, rode hond (BMR); Hib ziekte, meningokokken C, pneumokokken, hepatitis B en baarmoederhalskanker (voor meisjes).

Omschrijving

Bij vaccinatie worden verzwakte ziekteverwekkers in het lichaam gebracht om immunisatie van het lichaam in gang te zetten. Immunisatie is het afweermechanisme van het lichaam tegen indringers (ziekteverwekkers) van buitenaf (2).

Geschiedenis

In de 19de eeuw ontdekte Dokter Edward Jenner dat melkmeiden geen dodelijke variant van pokken opliepen omdat zij in aanraking kwamen met koepokken tijdens het melken. Ze ontwikkelde enkel de blaren op hun handen en onderarmen. Dokter Jenner bedacht een theorie. Hij injecteerde wat van de pus van de blaren van een besmet melkmeisje bij een jongen genaamd James Phipps. Dokter Jenner herhaalde dit een aantal keer gedurende een aantal dagen waarbij hij de hoeveelheid pus verhoogde. Vervolgens injecteerde hij James met de menselijke pokken. James werd ziek maar na een aantal dagen knapte hij op. Dokter Jenner was hiermee grondlegger van het vaccin. Vaccinatie komt van het woord ‘ vacca’ . Dit betekent koe in het latijns(3).

Voors en tegens van vaccineren

Om een kind te beschermen voor de meest besmettelijke infectieziekten is het Rijksvaccinatieprogramma opgesteld. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft de regie en voert de coördinatie van het programma uit. De eindverantwoordelijkheid ligt bij het Ministerie van Volksgezondheid. Het RIVM pleit voor het Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen omdat het een goede en veilige bescherming biedt tegen infectieziekten.

In de jaren 50, na invoering van de vaccinatie tegen difterie, daalde het aantal slachtoffers sterk. In landen waar niet of onvoldoende wordt gevaccineerd blijven de ziekten slachtoffers eisen. De Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken (NVKP) is van mening dat de media angst bij de bevolking inboezemt door aanvullende medische mogelijkheden nauwelijks ter discussie te stellen om een reëel beeld te schetsen van de risico’s en mogelijkheden van vaccineren(4).

Het RIVM geeft aan dat een kind dat niet gevaccineerd is onvoldoende beschermd is tegen infectieziekten en daarnaast de kans loopt hiermee zijn omgeving te besmetten mits hij of zij drager is. Vaccineren beschermt niet alleen het individu maar ook de rest van de bevolking. Het NVKP heeft daarentegen argumenten om het vaccinatieprogramma te reduceren(5). Door de verbeterde leefomstandigheden , na bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog, zijn hygiëne en rioleringsystemen verbeterd. Een ziekte zoals difterie zou in deze tijd nauwelijks sterfgevallen kennen met de juiste hygiënische maatregelen en gezonde leefstijl. Het NVKP stelt daarnaast vast dat er geen wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar terugkerende ziektes bij daling van de vaccinatiegraad. Dit zou slechts een aanname zijn(6). Echter, bestaat er tegen een aantal ziekten waaronder bof, mazelen, rodehond en kinkhoest geen behandeling. Om een voorbeeld te geven, patiënten met difterie krijgen antistoffen tegen het gif van de bacteriën. Dit doet niets tegen de ontstane schade. Over het algemeen zijn de ziekten niet te behandelen. Het ziektebeeld verloopt erg snel waardoor behandeling vaak te laat is.

Centrum Lareb analyseert bijwerkingen van vaccins en signaleert de risico’s van het gebruik(7). Het Kennissysteem Infectieziekten en Arbeid citeert dat er tegenwoordig bijna een modetrend is onder de bevolking om zich niet te laten inenten(8). De minieme bijwerkingen (die overigens zeer zeldzaam zijn) die kunnen optreden bij vaccinatie wegen niet af tegen de complicaties die optreden bij besmetting met één van de ziekten.

In 2013 werd een discussie gevoerd of vaccinatie tot autisme bij kinderen kan leiden. Onderzoekers van het Centre of Disease Control and Prevention van het Amerikaanse ministerie van gezondheid ananlyseerde de antigeen toediening van een groep kinderen met autisme en een meer dan 3x zo grote groep kinderen zonder autisme tot een leeftijd van 2 jaar. De onderzoekers toonden aan dat de groepen dezelfde hoeveelheid antigenen toegediend hadden gekregen. Er bleek geen verband tussen de hoeveelheid antigenen en het ontstaan van autisme.

De overheid en de medische wereld raadt het iedereen ten zeerste aan hun kinderen WEL te laten vaccineren. De consequenties na besmetting wegen niet op tegen de eventuele bijwerkingen van vaccins.

Referenties

  1. NVKP, 2013, http://nvkp.nl/faq/op-welke-leeftijden-krijgen-kinderen-de-rvp-vaccinaties/, raadpleging: 07-05-2015
  2. Volkskrant,2013, http://www.volkskrant.nl/leven/over-nadelen-vaccinatie-wordt-veelal-gezwegen~a3479775/ , raadpleging: 07-05-2015
  3. Historylearning,2015,http://www.historylearningsite.co.uk/edward_jenner.htm , raadpleging: 06-05-2015
  4. NVKP,2013,http://nvkp.nl/faq/waarom-is-vaccineren-belangrijk/ raadpleging: 06-05-2015
  5. NVKP,2013,http://nvkp.nl/faq/heeft-het-niet-vaccineren-van-kinderen-nadelige-gevolgen/ raadpleging: 06-05-2015
  6. Babyblog, 2013,http://www.inbakeren.nl/blog/gevolgen-van-niet-vaccineren/ raadpleging: 07-05-2015
  7. Lareb,http://www.lareb.nl/Vaccins/Vaccinfalen raadpleging: 07-05-2015
  8. Kiza,2011,http://www.kiza.nl/content/nadelen-vaccinatie raadpleging: 07-05-2015


Auteur

Inge Hurkmans

Speciale pagina's