Kerncompetenties voor ouders van jonge kinderen

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Het kunnen bieden van emotionele veiligheid wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste competentie die ouders moeten hebben dan wel zich eigen maken. Hierbij doelt men voornamelijk op de mate van sensitiviteit of gevoeligheid waarmee de ouders hun gedrag afstemmen op dat van hun kind. Sensitieve ouders zijn heel alert op het gedrag van hun kind en reageren er positief op, wetend dat het de reflectie is van een innerlijke toestand die het kind vaak nog niet kan verwoorden. Verdere basisvoorwaarden voor goed ouderschap zijn dat ouders in staat zijn hun kind goed te verzorgen, het te beschermen tegen mogelijke gevaren en het op ontwikkeling gerichte ervaringen te bieden.

Omschrijving

Ouders hebben tot taak hun kind een goede ontwikkeling binnen een veilige omgeving te bieden. Competent ouderschap vereist vooral: het geven van ruimte en het bieden van steun, beschikbaar zijn en in staat zijn tot inzicht in, aanvoelen van en aanpassen aan de veranderende behoeften en omstandigheden van het kind. Voor de leeftijd van 0 tot 2 jaar geldt daarbij ook dat de ouders in staat moeten zijn het kind op een soepele manier te verzorgen door op een sensitieve en responsieve manier met hem om te gaan. In de leeftijd van 2 tot 4 jaar moeten de ouders ook leren in te spelen op het leervermogen van hun kind, om te gaan met de verschillende kanten van zijn karakter en in staat zijn het kind te sturen (disciplineren) vanuit een flexibele, positieve en bevestigende omgang. Kortom: de ouders moeten zoveel mogelijk bewust raken van de aard van het kind, van zijn mogelijkheden en van het effect van het gedrag van het kind op henzelf en omgekeerd.

Geschiedenis en onderzoek

Vanuit de sociale leertheorie stelt o.a. Patterson dat vooral het niet positief bekrachtigen van prosociaal gedrag en het ineffectief disciplineren kunnen leiden tot antisociaal gedrag van kinderen. Wanneer een ouder in een conflictsituatie uiteindelijk toch toegeeft aan negatief gedrag van een kind, wordt dit gedrag bekrachtigd en dit vergroot de kans dat het gedrag vaker zal voorkomen. Patterson (1976, 1982) geeft ook aan dat het belonen van prosociaal gedrag en het gebruiken van een 'time-out' bij negatief gedrag belangrijke elementen zijn voor interventies gericht op het verminderen van probleemgedrag bij kinderen.

Sanders en zijn medewerkers van de Universiteit van Queensland (1996) hebben mede vanuit deze gedachten een uitgebreide scala aan onderzoeken gedaan, veel gepubliceerd, trainingen en interventies ontwikkeld, vooral met het doel de ouderlijke competenties te versterken. De door hun ontwikkelde programma’s, onder de naam Triple-P, in Nederland vooral bekend als Positief Pedagogisch Programma, hebben in meer dan 20 landen inmiddels een stevige bodem. Belangrijk wordt geacht dat ouders hun kinderen een veilige en stimulerende omgeving bieden, met boeiende activiteiten; dat ze hen laten leren door positieve ondersteuning, aanmoediging en het geven van complimenten; dat ze proberen gewenst gedrag te bevorderen en hun kind nieuwe vaardigheden aan te leren. Hierbij moeten zij een aansprekende discipline hanteren in de vorm van het stellen van duidelijke regels, op een heldere manier instructies geven en snel reageren wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont. Wel moeten zij realistische verwachtingen van het kind hebben, het zich laten ontwikkelen in eigen tempo en niet verwachten dat het kind het meteen en/of goed doet (Blokland, 2007)

Empirische studies, vooral gedaan door Bowlby (1958 en later) en door Ainsworth (1965, 1978) vanuit de gehechtheidstheorie, hebben aangetoond dat er een significant verband is tussen veilige gehechtheid in de vroege kinderjaren en latere positieve sociale ontwikkeling en competentie van het kind, en dat onveilige gehechtheid en een gebrek aan warmte in de vroege kinderjaren verband houden met gedragsproblemen in de vroege en late kinderjaren en in de adolescentie.

In de ontwikkeling van (jonge) kinderen spelen ouder- kind interacties een belangrijke rol. Als aspecten van ouder- kind interacties die in dit opzicht belangrijk zijn worden genoemd: ouderlijke sensitiviteit, positieve wederzijdse ouder- kind interactie, gehechtheid en disciplinering. Rothbaum en Weisz (1994) toonden in een meta-analyse aan dat insensitief opvoedingsgedrag samenhangt met gedrag waar de omgeving veel last van heeft.

Belangrijk is dat ieder kind een gehechtheidsrelatie ontwikkelt met zijn primaire opvoeder(s). De opvoeder zorgt voor een gevoel van veiligheid op momenten van onder andere stress en vermoeidheid bij zijn kind en biedt een veilige basis van waaruit de omgeving kan worden geëxploreerd. De mate waarin een opvoeder beschikbaar is en adequaat reageert op de signalen van het kind bepaalt de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie. Veilig gehechte kinderen vertrouwen anderen, laten zelfvertrouwen zien in interacties met anderen, maken vrienden en ervaren sociale steun (zie ook Juffer e.a., 2008).

Hoewel de gehechtheidstheorieën en de sociale cognitieve leertheorieën een verschillende grondslag hebben, zijn de uitgangspunten met betrekking tot ouder- kind interacties goed te combineren. Het tegengestelde van dwingend disciplineren wordt gevormd door het bieden van warmte en inlevingsvermogen (Ainsworth e.a., 1978) en tegelijkertijd het verbieden van negatief gedrag en uitleggen waarom iets niet mag (Hoffman, 1984). Omdat dwingend opvoedingsgedrag niet adequaat is afgestemd op het gedrag van het kind, is dit insensitief gedrag. Zowel de gehechtheidstheorie als de sociale leertheorie benadrukken dat insensitief oudergedrag kan leiden tot probleemgedrag bij kinderen.

De ontwikkelingsopgaven waar kinderen in verschillende levensfasen voor staan, stellen ouders voor opvoedingsopgaven. In Nederland hebben, bijvoorbeeld Riksen-Walraven (1989), Goudema (1994), van Yperen (2010) en Meij (2011) zich hierin verdiept en voor de verschillende leeftijdsfasen van het kind met de bijbehorende ontwikkelingsopgaven, beschreven wat er van de ouders verwacht wordt. Een samenvatting voor de leeftijd 0-4 jaar volgt hieronder.

Opvoedingsopgaven bij kinderen van 0-2 jaar

In deze periode staan de opvoeders vooral voor de opgave sensitief en responsief te reageren op de behoeften en signalen van het kind (emotionele ondersteuning). In het tweede jaar waarin autonomie en individuatie een overheersend thema wordt, is het nog belangrijker dat de opvoeder het kind daarnaast zoveel mogelijk de kans geeft om zelf dingen te ontdekken en zo zijn eigen competentie te ervaren (respect voor autonomie). Anderzijds is het ook steeds vaker nodig om de situatie voor het kind te structureren en duidelijke grenzen te stellen. Tot slot is het belangrijk voor de ontwikkeling van het kind dat opvoeders veel praten met het kind. Normale problemen die zich in deze periode voordoen waaraan de opvoeder het hoofd moet (kunnen) bieden zijn problemen met slapen en eten, huilen, scheidingsangst, angst voor vreemde en onbekende situaties.

Opvoedingsopgaven bij kinderen van 2-4 jaar

Aan de kant van de ouders blijven de eerder genoemde opvoedingsopgaven als het bieden van emotionele steun, het erkennen van autonomie, structureren en grenzen stellen van belang. Gezien de toenemende intellectuele en sociale behoeften wordt in deze periode ook een steeds groter beroep gedaan op informatie en uitleg geven over wat hoort, moet en mag en over hoe de dingen in elkaar zitten. Wil het proces van internalisering van maatschappelijke eisen enigszins harmonieus verlopen, dan moeten de ouders soepel kunnen omgaan met de ambiguïteit van het kind inzake de nu aan hem gestelde (externe) eisen. Veel voorkomende normale problemen in deze periode zijn angst voor vreemden en onbekende situaties, koppigheid, driftbuien, ongehoorzaamheid, druk gedrag en niet zindelijk zijn.

Tips voor ouders van jonge kinderen

Bij de verwijzingen hieronder naar websites zijn een grote hoeveelheid tips te vinden. Van der Meer vat ze echter goed samen: (www.jennyvandermeer.nl/vijf-tips-voor-bewuste-ouders).

Op de websites van het NJI en van Triple P zijn ook duidelijke en bruikbare tips te vinden.

Het consultatiebureau kan ook ondersteuning geven. Bij onzekerheid of het hechtingsproces goed verloopt, dan kan je overwegen om, bijvoorbeeld, video-hometraining in te schakelen.

Bronverwijzingen en referenties

Referenties en aanbevolen literatuur – Nederlands:

Blokland, G. (2007) Triple P: Positief Pedagogisch Programma. Een veelbelovend model om psychosociale problemen bij kinderen te voorkomen

Blokland, G. (2010), 'Over opvoeden gesproken' methodiekboek pedagogisch adviseren

Ijzendoorn M.H. van, L.W.C. Tavecchio, F.A. Goossens & M.M. Vergeer (1988). Opvoeden in geborgenheid – Een kritische analyse van Bowlby’s attachmenttheorie

Choy, J. & Schulze, E. (2009) Kiezen voor kinderen

Debbaut,Y., H.v.d. Bruel & H.Weekers (2005) Het Australische Triple P

Goudena,P.P. (1994) Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven. In: J.Rispens et al (red) Preventie van psychosociale problemen bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

Meij, H. (2011) De basis van ontwikkeling en opvoeding (NJI)

Pas, van der A. (2008) Het nut van ouderschapstheorie en de valkuilen, in: www.alicevanderpas.nl/pdf/Art08-vdPas-

Polderman, N. (2004) Hechtingsproblemen, niets aan te doen? Hechten met video interactie begeleiding, in: Mobiel 3, juni/juli 2004

Riksen-Walraven, J.M.A. (1989) Meten in perspectief – Een levensloopmodel als achtergrond bij het meten en beïnvloeden van gedrag en interacties: Tijdschrift voor Orthopedagogiek,23 (pg. 16-33)

Yperen, T.A. van,(2010) Opvoeden versterken

Wubs, J. (2010), 'Liefde en leiding. Vier verschillende opvoedstijlen', in: Diekstra, R. en M. van Hintum. 'Opvoedingscanon. Omdat over kinderen zoveel meer te weten valt’.

Referenties – Engels:

Ainsworth,M. (1965) Childcare and the growth of love.

Ainsworth, M., M.C. Blehar, E.Waters & S.Wall (1978) Patterns of attachment: A psychological study of the strange situation (Hillsdale, NJ; Esbaum)

Berlin,L., Y.Ziv, L.Amaya-jackson & M.Greenberg (2007) Enhancing early attachments: theory, research, intervention and policy

Bettelheim,B. (1988) Agood enough Parent; a book on child rearing

Bretherton, I. The origins of attachment theory, in “Attachment theory: social developmental and clinical perspectives”

Bowlby, J. (1958) The nature of the child’s tie to his mother

Bowlby,J. (1988) A secure base (Routledge classics)

Hoghughi, M. & A.N.P.Speight (1998) Good enough parenting for all children – and strategy for a healthier society, in: Arch Dis Child 78: pages 293-300

Juffer,F., M.J. Bakermans- Kranenburg & M.H. IJzendoorn (2008). Promoting positive parenting: an attachment based intervention

Marrone, M., (1998) Attachment and interaction

Patterson, G.R. (1982). Coercive family process: A social learning approach. Eugene: Castalia

Patterson, G.R. & P. Chamberlain (1988) Treatment process: A problem at three levels, in: L.C. Wayne (Ed.) “The state of art in family therapy research: controversies and reccomendations (pp. 189-226) N.York: Family Process Press

Reder,P., S.Duncan & C.Lucey (2003) Studies in the assessment of parenting Rutter, M. (1985) Resillience in the face of adversity, in: British Journal of Psychiatry 147: 598-611

Sanders,M.R., T.G. Mazzuchelli, & K.M.T. Turner (1996) Every parent’s guide to infants and Toddlers, QLD, Families International (DVD)

Trevarthen,C. (1979) Sharing a task in infancy, in: ”Social interaction and communication during infancy”, pp. 57-80.

White, B.L. (1990) The first three years of life. N.York: Prentice-Hall

Externe links

Nederlands

www.actiefouderschap.nl

www.alicevanderplas.nl

www.allesoverkinderen.nl

www.cjg.nl/peuter/opvoeding-en-gedrag/opvoedtips

www.competentparent.blogspot.com

www.jennyvandermeer.nl/vijf-tips-voor-bewuste-ouders

mens-en-samenleving.infonu.nl

www.ncj.nl

www.nji.nl

www.trimbos.nl

www.triplep-Nederland.nl

Engels

www.competentparent.blogspot.com

Auteur

De eerste versie van dit artikel werd geschreven door Michael Jeroen Kanis.

Zoekwoorden

Ouderschap, competentie, sensitiviteit, opvoedingsvaardigheden, opvoedingsopgaven, hechting, positief opvoeden

Speciale pagina's