Hechting bij jonge kinderen

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

In de hechting van (jonge) kinderen spelen ouder-kindinteracties een belangrijke rol. De gehechtheidstheorie ziet veilige gehechtheid als een van de belangrijkste factoren voor een goede ontwikkeling van een kind. Volgens deze theorie is er sprake van veilig gehechte en onveilig gehechte kinderen. Veilig gehechte kinderen hebben een goede balans tussen het zoeken van de nabijheid van de opvoeder en het onderzoeken van hun omgeving. Zij durven te experimenteren en vallen terug op de opvoeder als zij bang of verdrietig zijn. Er zijn meer dan 10.000 wetenschappelijke artikelen verschenen over dit onderwerp. De belangrijkste aspecten voor jonge kinderen worden hieronder beschreven.

Omschrijving

Al heel jong zoekt het kind instinctief de nabijheid van de moeder of een andere belangrijke verzorger wanneer het honger heeft of zich anderszins niet prettig of bedreigd voelt, in de verwachting dat de ouderfiguur deze onaangename gevoelens wegneemt. De mate waarin een opvoeder beschikbaar en betrouwbaar is en adequaat reageert op de signalen van het kind bepaalt de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie. Als de opvoeder overwegend positief reageert op de signalen van het kind en ingaat op zijn behoeften biedt dat het kind een veilige basis van waaruit het de omgeving kan exploreren. Veilig gehechte kinderen vertrouwen anderen, tonen zelfvertrouwen in interacties met anderen, maken vrienden en ervaren sociale steun (Juffer e.a., 2008). Zij beschikken niet alleen over betere sociale vaardigheden, maar reguleren ook hun emoties beter dan onveilig gehechte kinderen (Jaffari-Bimmel e.a., 2006). Niet veilig gehechte kinderen, die van jongs af aan niet hebben kunnen terugvallen op een ouder of verzorger die adequaat inging op hun behoeften, blijken naast minder (zelf)vertrouwen in relaties met anderen, minder sociale vaardigheden en een slechtere emotieregulatie ook een grotere kans te hebben op gedrags- en persoonlijkheidsproblemen later in het leven.

Baby’s vormen niet noodzakelijkerwijs slechts één gehechtheidsrelatie. Zij kunnen zich hechten aan meerdere verzorgers. Sommige van deze gehechtheidsrelaties zijn sterker dan andere. Dus wanneer er meer dan één gehechtheidsrelaties beschikbaar zijn, kan het kind, vooral als het gestrest is, een duidelijke voorkeur laten blijken voor één van deze relaties.

Geschiedenis en onderzoek

John Bowlby en Mary Ainsworth worden als de belangrijkste grondleggers van de gehechtheidstheorie gezien. Zij stelden dat kinderen een aangeboren neiging hebben om zich te hechten aan de belangrijkste volwassenen in hun omgeving, hoe goed of slecht die volwassene ook met hen omgaat. De omgang van de opvoeder (vooral de moeder) met het kind bepaalt of er een veilige of onveilige hechting ontstaat.

Empirische studies gedaan door Bowlby (1958, 1969, 1973, 1983, 1987,1988) en door Ainsworth (1965, 1969,1978, 1991, 2010), hebben aangetoond dat er een significant verband is tussen veilige gehechtheid in de vroege kinderjaren en latere positieve sociale ontwikkeling en competentie, en dat onveilige gehechtheid en een gebrek aan warmte in de vroege kinderjaren verband houden met gedragsproblemen in de vroege en late kinderjaren en in de adolescentie.

Mary Ainsworth kwam in haar (laboratorium)onderzoek tot de conclusie dat veilig gehechte peuters angst laten zien als de ouder uit het zicht raakt, bij terugkomst van de ouder toenadering zoeken en dan weer op exploratie uitgaan. Niet veilig gehechte peuters laten dit gedrag niet of in mindere mate of een totaal ander gedrag zien. Zij onderscheidde de volgende vormen van gehechtheid: 1) veilig, 2) angstig-ambivalent, 3) angstig-vermijdend en (4) gedesorganiseerd / gedesoriënteerd.

Veilige gehechtheid wordt bevorderd door sensitiviteit ofwel het aanvoelen van de behoefte van het kind en responsiviteit ofwel het adequaat reageren op die behoeftes (Ainsworth e.a.,). Het tegenovergestelde is insensitief gedrag waarbij de ouder moeite heeft het gedrag van het kind te duiden hetgeen een aangepaste reactie belemmert. De gehechtheidstheorie benadrukt dat insensitief oudergedrag kan leiden tot probleemgedrag bij kinderen.

Sroufe, Egeland, Carlson en Waters en collegae (1977, 1999, 2004, 2005) merkten in hun onderzoeken (Universiteit van Minnesota) op dat veilig gehechte jonge kinderen enthousiast en doortastend zijn bij het oplossen van taken en ouderlijke ondersteuning inroepen als de taak moeilijker wordt, terwijl de angstig gehechte kinderen in een dergelijke situatie gefrustreerd raken en/of zeurgedrag tonen. Ook zagen zij bij veilig gehechte peuters gedrag dat uitgelegd kon worden als flexibel, nieuwsgierig, sociaal competent. Deze peuters leken ook te beschikken over meer zelfvertrouwen, toonden meer sympathie tegenover leeftijdsgenoten en waren assertiever en eerder bereid tot leiding nemen. Bij oudere veilig gehechte kinderen vonden zij soortgelijke resultaten.

Bij Nederlandse peuters zijn o.a. door van IJzendoorn (1988, 1994, 2008) dezelfde resultaten gevonden. Hij wijst erop dat een veilig gehecht kind erop vertrouwt dat de opvoeder zijn signalen opmerkt en er direct en adequaat op ingaat. Een onveilig gehecht kind heeft dat vertrouwen niet. Ook hier blijken de ontwikkeling en de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie af te hangen van de manier waarop de opvoeder met het kind omgaat, zich kan inleven in zijn gevoelens en noden (sensitiviteit) en met daarop aangepast gedrag reageert (responsiviteit). Gehechtheid, sensitiviteit en responsiviteit hangen nauw met elkaar samen (Wolff e.a., 1997).

Veel onderzoekers wijzen erop dat voor kinderen met een, in de jeugd onveilig gehechte, opvoeder, het risico van een onveilige gehechtheid groter is.

Gehechtheidsrelaties zijn weliswaar universeel, maar zij worden mede gevormd door de cultuur waarin zij zijn ontstaan (van IJzendoorn et al., 2007)

Tenslotte: hoewel veilige gehechtheid een belangrijke factor is voor de verdere ontwikkeling van een kind, is zij zeker niet de enige!

Tips voor ouders van jonge kinderen

Bij de verwijzingen hieronder naar boeken en websites, zowel in het Nederlands als in het Engels, zijn een grote hoeveelheid tips te vinden.

Zie ook hier in Babypedia het artikel over competenties van ouders en www.jennyvandermeer.nl/vijf-tips-voor-bewuste-ouders.

Vooral: verplaats je zo goed mogelijk in de gevoelens en behoeften van je kind. Observeer goed de signalen die het uitzendt. Onderneem de juiste actie naar aanleiding van de signalen, zoals troosten wanneer het huilt.

Kernpunten van het bevorderen van een veilige gehechtheid:

1) zorg voor een veilige basis (voeding, slaap, rust, omgeving; neem leiding wanneer nodig.

2) stimuleer je kind tot exploratie, moedig het hierin nadrukkelijk aan

3) blijf het dan in de gaten houden – help mee – lach samen

4) bescherm het wanneer nodig

5) troost het door het tegen je aan te houden

6) laat zien dat je het leuk vindt hoe het bezig is

7) kalmeer het als het overstuur is

Bronverwijzingen en referenties

Referenties en aanbevolen literatuur – Nederlands:

Choy, J. & Schulze, E. (2009) Kiezen voor kinderen

Bowlby, J., Verbondenheid; Deventer: Van Loghum Slaterus, 1983.

Bowlby, J. et al., Gehechtheid in relaties; Deventer: Van Loghum Slaterus, 1987

Lamb, M.E. (2013) Kind – ouderhechting. In: Hechtingrelaties( pdf.)

Oates, J (red.) (2013) Hechtingrelaties – kwaliteit van zorg voor jonge kinderen – focus op de eerste kinderjaren 1. Pdf.

Polderman, N. (2004) Hechtingsproblemen, niets aan te doen? Hechten met video interactie begeleiding, in: Mobiel 3, juni/juli 2004

Ijzendoorn M.H. van, L.W.C. Tavecchio, F.A. Goossens & M.M. Vergeer (1988). Opvoeden in geborgenheid – Een kritische analyse van Bowlby’s attachmenttheorie

Ijzendoorn M.H. van (1994) Gehechtheid van ouders en kinderen

Ijzendoorn M.H. van (2008) Opvoeding over de grens. Gehechtheid, trauma en veerkracht. Amsterdam, Boom academic.

Referenties – Engels:

Ainsworth, M. (1965) Childcare and the growth of love.

Ainsworth, M., & B.A. Wittig (1969): attachment and the exploratory behaviour of one-year-olds in a strange situation

Ainsworth, M., M.C. Blehar, E.Waters & S.Wall (1978) Patterns of attachment: A psychological study of the strange situation (Hillsdale, NJ; Erlbaum)

Ainsworth, M (1991) Attachment and other affectional bonds across the life cicle. In: Parker, J. And others (ED.) Attachment across the life cicle. N.York: Routledge.

Ainsworth,M., S.M. Bell and D.J. Slayton (1991) Infant-mother attachment and social development: “Socialisation as a product of reciprocal responsiveness to signals. In: M.Woodhead et al (eds): Becoming a person. Florence: Routledge.

Ainsworth, M. And D.Salter (2010) security and attachment. In: R. Volpe (Ed.) The secure child:Timeless lessons in parenting and childhood education (pp 43-53) Toronto: University of Toronto Press.

Berlin, L., Y.Ziv, L.Amaya-jackson & M.Greenberg (2007) Enhancing early attachments: theory, research, intervention and policy.

Bretherton, I. (1992) The origins of attachment theoryJohn Bowlby and Mary Ainsworth in “Developmental Psychology, number 28, pages 759-775.

Bowlby, J. (1958) The nature of the child’s tie to his mother

Bowlby, J. (1969) Attachment and loss. Vol1: attachment. N.York, Basic Books.

Bowlby, J. (1973) Attachment and loss. Vol 2: separation: anxiety and anger. N.York, Basic Books

Bowlby, J. (1988) A secure base: parent – child attachment and healthy human development. N.York, Routledge classics.

Carlson,E.A., Sroufe. L.A. and B.Egeland (2004) The construction of experience: a longitudinal study of representation and behavior. In: Child Development, 75 (1)

Jaffari-Bimmel, N., F. Juffer, M.H. Van Ijzendoorn, M.J. Bakermans-

Kranenburg and A. Mooijaart (2006). Social development from infancy to adolescence. Longitudinal and concurrent factors in an adoption sample; in: Developmental Psychology, year 42, number 6.

Juffer,F., M.J. Bakermans- Kranenburg & M.H. IJzendoorn (2008). Promoting positive parenting: an attachment based intervention

Karen, R. (1994) Becoming attached: First relationships and how they shape our capacity to love. N.York: N.Y. University Press

Marrone, M., (1998) Attachment and interaction

Oates, J., C.Lewis ans M. E. Lamb (2005) Parenting and attachment; in: Ding S. And K. Littleton, (eds) Children’s personal and social development, Oxford, Blackwell.

Sroufe, and E. Waters (1977) Attachment as an organizational construct. Minessota University.

Sroufe, L. A., Carlson, E., Levy, A., & Egeland, B. (1999). Implications of attachment theory for developmental psychopathology.In: Development and Psychopathology, 11, 1-13.

Sroufe, L. A., Egeland, B., Carlson, E., & Collins, W. A. (2005). Placing early attachment experiences in developmental context. In: K. E. Grossmann, K. Grossmann, & E. Waters (Eds.), The power of longitudinal attachment research: From infancy and childhood to adulthood. (pp. 48-70) New York: Guilford Publications.

Thompson, R. A., Cassidy, J. And P. R. Shaver (eds.) (2008) Handbook of attachment: Theory, research and clinical application. N.York, Guilford.

White, B.L. (1990) The first three years of life. N.York: Prentice-Hall

Wolff, M.S. de en M.H. van Ijzendoorn (1997). Sensivity and attachment. A meta-analysis on parental antecedents of infant attachment; in: Child Development, year 68, number 4, pages 571-591.

van IJzendoorn M.H., Bakermans-Kraneburg, M.J. and Sagi-Schwartz, A. (2007) ‘Attachment across diverse sociocultural contexts: the limits of universality’ in Rubin, K. (ed.) Parental Beliefs, Parenting and Child Development in Cross-Cultural Perspective, London, Psychology Press.

Externe links

Nederlands

www.actiefouderschap.nl

www.allesoverkinderen.nl

www.cultureelwoordenboek.nl

www.jennyvandermeer.nl/vijf-tips-voor-bewuste-ouders

www.jeugdkennis.nl/jgk

www.hechtingstoornis.nl

www.ncj.nl

www.nji.nl

www.pedagogiek-online.nl

www.socialsciences.leiden.edu

Engels

www.annafreud.org

www.attachmentsresearch.com

Auteur

De eerste versie van dit artikel is geschreven door Michael Jeroen Kanis.

Zoekwoorden

Ouderschap, sensitiviteit, hechting, gehechtheid, hechtingrelaties, hechtingstheorie, gehechtheidgedrag

Speciale pagina's