Borstvoeding

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Borstvoeding is de melkvoeding die afkomstig is uit de borst van de moeder van een kind.

De start van borstvoeding: lacteren

Een baby die op tijd geboren is heeft de moeder vanuit de baarmoeder al hormonen gestuurd om te zorgen dat er na de geboorte voeding zou zijn. Door deze hormonen worden er tijdens de zwangerschap extra melkklieren aangemaakt waar al melk in zit: het colostrum. Hormonen in de moederkoek zorgen ervoor dat deze melk er nog niet uitkomt. Als de placenta geboren is kan de melkstroom op gang gebracht worden. Andersom kan het ook: het afnemen van melk zorgt ervoor dat de moederkoek loslaat. Het geven van borstvoeding direct na de geboorte zorgt er ook voor dat de baarmoederwond gaat sluiten.

De baby heeft een kruipreflex waarmee hij na de bevalling omhoog kruipt richting moeders oksel. Daarvandaan komt de voor hem vertrouwde geur. Deze eerste gang van de baby gaat over de borsten van moeder, waar oxytocine-receptoren zitten. Het vrijkomen van oxytocine heeft een knijpbeweging in het borstweefsel tot gevolg waardoor de melk naar de tepels kan stromen en de moederkoek kan loslaten. Een ander effect van het vrijkomen van oxytocine vlak na de geboorte is het sluiten van de baarmoederwond. Hierdoor verliest de moeder minder bloed.

De achterkwab van de hypofyse produceert het oxytocine, de voorkwab van de hypofyse produceert het prolactine. Prolactine stimuleert de melkproductie zolang er afname is.

Aangeboren reflexen voor borstvoeding

In Nederland gaat men er vaak van uit dat als een kind wat van moeders borst in de mond heeft, dit goed is. Het klopt dat borstdrinken iets is wat van nature goed gaat en dat de baby volledig is toegerust met aangeboren reflexen om goed uit moeders borsten te kunnen drinken.

Om succesvol en zonder pijn te kunnen blijven voeden is het belangrijk te weten hoe het aanleggen bedoeld is. Als de vader van de baby of de grootouders, de personen die bij de kraamvrouw zijn, dit weten en herkennen kunnen ze erop toezien of het klopt. Daar hoeft de moeder dan niet op te letten en als het goed gaat zal dit nadien ook vanzelf gaan. Dan heeft de baby antwoord gekregen op zijn aangeboren reflexen.

Een van de eerste is het herkennen van moeders geur. Geur is het eerste wat zich in de hersenen vastlegt. Door het ruiken van de moeder zal de baby een hongerprikkel krijgen. De meeste en sterkste geur komt uit de oksel, waardoor de baby vanaf de buik gezien omhoog wil kruipen. Dit aangeboren kruipreflex zorgt ervoor dat de navelstreng mee omhoog gaat waardoor het moederlijk bloed niet meer naar de baby stroomt. De navelstreng heeft dan geen functie meer.

Om voldoende borst in baby’s mond te hebben heeft de baby een "mondje-open reflex" die gaat werken als het bovenlipje van de baby wordt aangeraakt door bijvoorbeeld de tepel. Met de tong zorgt hij dat er meer borst in de mond van de baby komt, tot ook het slikpunt in de mond zit. Wijd open kaken die naar elkaar toe bewegen raken de oxytocine-receptoren, waardoor de vette melk vanuit de achterkant van de borst naar voren wordt gespoten en door de melk wordt gemengd.

Alle acties rond de mond dienen prettig te verlopen. Afdwingen heeft vaak een averechts effect en leidt soms tot blijvende afwijzing.

Het belang van direct en goed aanleggen

Moeders krijgen wel eens te horen dat aanleggen nog niet direct hoeft, of nog niet direct goed hoeft te gaan, zogenaamd omdat de melkstroom nog op gang moet komen.

Moedermelk wordt echter al tijdens de zwangerschap aangemaakt. De eerste melk heet colostrum en is een kleine hoeveelheid vettige melk boordevol rijpings- en afweerstoffen. Wanneer de afname van de melk begint gaat een vrouw lacteren. Wanneer het colostrum is gedronken vullen de borsten van de lacterende moeder zich met vocht (dit is drinken voor de baby). Wanneer dan ook goed wordt aangelegd worden de oxytocine-receptoren geactiveerd die ervoor zorgen dat melkvet uit achterin de borst naar voren wordt geknepen en melk goed wordt gemengd. Vette melk is als het eten voor een baby, en wanneer de baby vette melk drinkt begint ook de ontlasting te komen.

Hoe langer gewacht wordt met afname van de eerste moedermelk, hoe meer stuwing er zal plaatsvinden, waardoor borsten te vol kunnen worden en een baby mogelijk de oxytocine-receptoren (voorbij de tepels) niet meer kan bereiken. Achterblijvende melk kan zo zelfs een borstontsteking veroorzaken.

Bij het geven van borstvoeding kan moeder de baby vasthouden tot de oortjes. Alle grepen van welke persoon dan ook tegen het achterhoofdje van de baby zullen er voor zorgen dat de baby minder gretig hapt en eventueel "afglijdt" tot de tepel. De tepel hoort echter achterin het mondje van de baby te liggen, in het zachte gedeelte, waar het slikpunt ligt. Zolang daar iets opkomt blijft de baby correct drinken. Hierbij worden ook de darmbeweging en de openings- en uitgangsspieren van de maag gestimuleerd.

Goed en vaak en direct aanleggen kan veel onnodig leed voorkomen. Minder stuwing, minder geel zien, minder kans op borstontsteking, geen glucose-dip bij de baby’s, minder last van bruisende lactose (omdat het vet de suikerbolletjes inpakt).

Melkvet in moedermelk

Als een baby veel melkvet binnenkrijgt kan het kindje er mollig uit komen te zien. Het babyhuidje is dan nog erg teer, de onderhoudse vetlaag beschermt het lichaam dan tegen warmteverlies. De in een vroeg stadium opgebouwde vetlaag wordt later weer afgebroken. Moedermelkvet heeft lange vetzuurketens, en dit is daarvan een eigenschap. Als het kind als peuter niet teveel suikerbevattende voeding binnenkrijgt kan een borstgevoede wolk van een baby een slank basisschool kind zijn en waarschijnlijk ook blijven.

Een baby kan het moedermelkvet goed gebruiken. Het zijn lange vetzuurketens die opgenomen worden in het bloed en door het hele lichaam worden getransporteerd, ook naar de hersenen waar het een bepaalde rijping in gang zet en verbindingen aanlegt.

Het vet bekleedt tevens de darmwanden van de baby. Die zijn bij zuigelingen makkelijk doorlaatbaar, waardoor de voeding snel wordt opgenomen. Achter de darmwanden liggen geheugencellen, die ongeschikte voedingsstoffen signaleren, wat na een aantal malen kan resulteren in een allergische reactie.

Door de opgebouwde vetlaag worden deze cellen minder makkelijk bereikt waardoor een oudere baby minder last heeft van (nog) ongeschikte voedingsmiddelen. Daar is de vetlaag van lange vetzuurketens voor bedoeld. Korte vetzuurketens missen deze eigenschappen. De vette laag op de darmwand heeft kortom een beschermende functie.

Vanwege de gevoeligheid van de darmen is de voeding van de eerste zes maanden cruciaal. Verkeerde voeding, gedetecteerd door deze geheugencellen kan het begin zijn van astma, eczeem (dauwworm) en hersenallergie (A.D.H.D.).

Als men moeders bij darmkrampjes van de baby adviseert venkelthee te drinken komt deze thee in haar bloed en dus in de moedermelk en kan zo bij de baby de vette laag weer verloren gaan: de opbouw verdwijnt. Dat is namelijk de functie van venkel, het schoonmaken van het slijmvlies. Alleen moedermelk heeft deze vetten (LC PUFA's: Long Chain Poly Unsaturied Fatty Acids).

Gebruik weegschaal en "stille ondervoeding"

De baby-weegschaal kan gebruikt worden om te zien of de baby voldoende aankomt. Het is aan te raden de weegschaal steeds te gebruiken op hetzelfde tijdstip en zonder kleertjes. Als een baby voor en na een voeding wordt gewogen met kleertjes aan kan worden gezien hoeveel een baby gedronken heeft. Het is dan echter onduidelijk wat het vetgehalte van de melk is geweest.

Zonder vet is de melk die een baby drinkt die niet goed is aangelegd of die drinkt om de melk weer op te bouwen als door diverse oorzaken de melk was afgebouwd. Bijvoorbeeld door het voeden met een borst waardoor de andere borst te lange tussenpauzes heeft gehad en het lacteren is gaan stoppen. Als men door voeden op verzoek interpreteert bij een baby die uitzichzelf meer dan 4 uur tussen de voedingen laat zitten, bijvoorbeeld omdat de wieg te warm is en dus geen hongerprikkel zal voelen. Of een baby mag maar een bepaalde tijd aan de borst en programmeert moeder daardoor niet voor wat het nodig heeft.

De baby kan wel weer opbouwen, drinkt, is goed aangelegd, maar er is niet direct resultaat. Er moet immers weer opgebouwd worden. Dit verschijnsel wordt “stille ondervoeding" genoemd. Een weegschaal kan dit duidelijk maken: voor en na een voeding wegen en een volle luier. Blijft ontlasting uit, dan laat de weegschaal zien of te weinig inname daar de reden van is.

Het extra melkklierweefsel, aangemaakt tijdens de zwangerschap, blijft nog lange tijd in de borsten aanwezig, en toch is het soms alsof de kraan dicht is gedraaid, waardoor de melkproduktie afneemt. Door weer goed aan te leggen, dubbelzijdig af te kolven, af te kolven na het drinken, maakt de moeder weer meer melk aan en kan de produktie weer voldoende worden voor de groei van de baby. Als dit goed gaat komen ook vanzelf weer de poepluiers.

Zolang een baby voldoende aankomt in gewicht hoeft men zich geen zorgen te maken over het uitblijven van poep. Ook is het dan niet nodig om bang te zijn voor hard geworden ontlasting.

Hoeveel een baby-tje moet aankomen kan duidelijk worden bij het consultatiebureau waar men een diverse groeicurves heeft voor borstgevoede baby's en baby's die kunstvoeding krijgen.

Voeden met één borst

Borstvoeding geven met een borst is het exclusief voeden van één of meerdere kinderen met dezelfde borst.

Soms kan of wil een vrouw slechts met één borst voeden. Bijvoorbeeld na een borstoperatie waarbij zenuwen zijn doorgesneden waardoor zuigsignalen niet meer worden doorgestuurd naar de hypothalamus. Er zijn ook culturen waarin er met slechts één borst wordt gevoed, omdat de andere borst onrein wordt geacht.

Borstvoeding geven met slechts een borst moet iets anders worden aangepakt dan borstvoeding geven met twee borsten. Omdat de frequentie van afname bepalend is voor de productie valt of staat het succes van borstvoeding, ook borstvoeding met een borst, met de lengte van voedingen en de intervals ertussen. Wanneer er een te lange tijd geen melk wordt gedronken uit een borst reageert de natuur hierop door de melkproductie te temperen en uiteindelijk te stoppen. Zo worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd.

Als vrouwen elke voeding slechts één borst gebruiken kan het zijn dat de intervallen per borst dusdanig groot worden dat de productie wordt afgebouwd. Dit probleem is soms niet direct merkbaar. Ook als moeders de voedingen kort laten duren, bijvoorbeeld omdat hen dat geadviseerd wordt door een externe partij, kan de productie afnemen terwijl er bij het kind sprake is van een voedingstekort. Aan het wegblijven van poepluiers is dan te zien dat het kind te weinig voeding binnenkrijgt. Alhoewel het rond de vierde wek zo kan zijn dat de baby wel aankomt zonder poepluiers, alsof het alle voeding optimaal gebruikt heeft voor de groei.

Achtergebleven moederkoek

Ondanks goed aanleggen kan het zijn dat het lijkt alsof de baby goed drinkt terwijl dat niet zo is. Dit is het geval wanneer er een rest moederkoek is achtergebleven in de baarmoeder. Hormonen in de placenta hebben tot taak de melk die al is gevormd nog tegen te houden. Door de baby veel aan te leggen worden hormonen aangemaakt waardoor het laatste stukje moederkoek het moederlichaam zal verlaten. Daarna zal de melk beginnen te stromen. Direct na de geboorte zorg de baby of een kolf voor melktoevoer, door de afname, die precies is afgestemd op de vraag van de baby. De samenstelling van de melk verandert met de leeftijd van de baby.

Tijd tussen voedingen en bijbehorende ontlasting

Als een baby te lang slaapt tussen de voedingen (meer dan vier uur) en niet uit zichzelf laat merken weer te willen drinken moet er nagedacht worden over de oorzaken hiervan. Meestal is aan de geluiden van een baby te horen dat hij of zij weer melk wil. Deze geluiden zorgen ervoor dat er bij de moeder weer melk naar de tepel stroomt.

Het uittrekken van de kleertjes zodat het kind een kou-prikkel krijgt en alerter wordt is dan een erg spartaanse methode die de oorzaak niet blootlegt.

Baby’s die geboren worden met een licht gewicht, en baby's die “eerder” of “later” dan de uitgerekende datum geboren worden zullen zich vaker melden voor een voeding. Ze hebben immers een kleiner maagje en verteren kleinere porties, of hadden al honger in de baarmoeder en brachten daarom de bevalling vroeg op gang. Dit normaliseert zich in de loop van de tijd automatisch. Elke pasgeboren baby heeft een eigen voedingsschema en wordt het liefst, net als alle andere zoogdieren, niet volgens de klok gevoed.

Of een baby voldoende drinkt kan op een aantal verschillende manieren worden bepaald. Door het kind zonder kleertjes te wegen kan worden gemeten of een kind is aangekomen. Voor en na een voeding wegen laat ons zien hoeveel milliliters er gedronken zijn. Door het kind te wegen kan echter niet worden gezien hoeveel vette melk een kind heeft binnengekregen. Poepluiers zijn hiervoor een indicatie, hoewel er ook een periode is dat er goed gedronken wordt maar alles geabsorbeerd wordt waardoor er minder of geen poepluiers zijn. Hier komt het misverstand uit voort dat het normaal is als er bij borstgevoede baby’s geen ontlasting is. Het is normaal als borstgevoede baby's geen poepluiers hebben als zij ondertussen wel een toenemend gewicht hebben. Ook is het normaal dat ontlasting niet hard word, ook niet na een aantal dagen. Niet (meer) borstgevoede kinderen bij wie de ontlasting uitblijft krijgen te maken met verharde ontlasting waar soms een klisma voor nodig is. Dat zal bij zuigelingen die borstvoeding krijgen niet nodig zijn, aangezien bij hen de ontlasting altijd zacht is, ook als je die een paar dagen niet in de luiers aantreft. Na de periode waarin voeding volledig wordt geabsorbeerd door het lichaam komt er weer een periode waarbij weer na elke voeding een plas- en poepluier hoort te komen.

In landen waar geen luiers gebruikt worden weten de moeders dat er tijdens of na een voeding ontlasting komt; daarom houden ze het kindje van zich af. Vergeet een moeder dat en staat ze in een groepje andere vrouwen, dan zullen die er hartelijk om lachen. Deze moeders weten dat zuigen tegelijk een prikkeling is voor de darmen om die te ledigen.

Auteur

De eerste versie van dit artikel werd geschreven in samenwerking met Rosa Scharn.

Interne links

Borstontsteking

Veelgestelde vragen: Borstvoeding

Externe links

Aidulac: Informatie over borstvoeding en draagdoeken - www.aidulac.nl

Eurolac: Informatie over borstvoeding, ondersteuning en educatie - www.eurolac.net

Inzet voor Borstvoeding: De schakel tussen de moeder en de professional - www.inzetvoorborstvoeding.nl

Kenniscentrum Borstvoeding - www.borstvoeding.com

La Leche League - www.lalecheleague.nl

Moedermelk Netwerk: voor begeleiding bij borstvoeding en informatie over kolven en donormelk - www.moedermelknetwerk.nl

Samenwerkende borstvoedingsorganisaties - www.borstvoeding.nl

Startpagina borstvoeding - borstvoeding.startpagina.nl

Voedingscentrum: informatie over borstvoeding en gezondheid - www.voedingscentrum.nl

Interne links

Ontlasting van een pasgeborene en hoe deze samenhangt met de voeding van het kind

Speciale pagina's