Anticonceptie

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord anticonceptie verwijst naar methoden en technieken om zwangerschap te voor komen. Conceptie is een van oorsprong Latijns woord en betekent 'ontvangenis'.

Omschrijving en geschiedenis

Anticonceptie is van alle tijden. Vanaf volledige of periodieke seksuele onthouding tot 'voor het zingen de kerk uitgaan' (coitus interruptus), condooms en abortus provocatus: men heeft altijd gezocht naar middelen om zwangerschappen te voorkomen. De meeste van deze methoden bleken niet erg betrouwbaar of werden als zeer ingrijpend ervaren.

Met de komst van de 'pil' begin jaren zestig van de vorige eeuw werden de eerste stappen gezet op de weg naar wetenschappelijk onderbouwde methodes ter voorkoming van ongewenste zwangerschappen.

Anticonceptiva zijn onder te verdelen in receptplichtige geneesmiddelen (UR), en vrij verkrijgbare producten (OTC). Condooms horen bijvoorbeeld bij de vrij verkrijgbare producten. De receptplichtige producten zijn onder te verdelen in de orale anticonceptiva, ook wel farma genoemd, en medische hulpmiddelen.

Inhoud van dit artikel

In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de huidige beschikbare vormen van farma en medische hulpmiddelen, hun samenstelling en werking. Zij hebben allen een wetenschappelijke basis en zijn vrijgegeven voor gebruik door de daartoe bevoegde organen.

Voor de overzichtelijkheid is er een onderscheid gemaakt tussen vormen van anticonceptiva die de vrouw zelf inneemt of aanbrengt (A) en middelen die door de arts moeten worden ingebracht (B).

Tenslotte worden nog tips gegeven voor wát te doen na de bevalling en een lijstje met criteria die behulpzaam kunnen zijn bij de keuze voor een bepaalde anticonceptiemethode. Ook de kosten die aan anticonceptie verbonden zijn worden kort besproken.

A. Middelen die de vrouw zelf inneemt of aanbrengt

1. Anticonceptiepil zonder oestrogenen

Deze pil wordt dagelijks en continu door de vrouw zelf ingenomen - er is geen stopweek. In tegenstelling tot de meeste andere middelen bevat het middel geen oestrogenen maar alleen progestagenen. Beide zijn geslachtshormonen. In de wandelgangen wordt deze pil vaak ook de 'minipil' genoemd. De anticonceptieve werking berust vooral op het remmen van de ovulatie (eisprong) . Daarnaast verandert ook de samenstelling van het slijmvlies van de cervix (baarmoederhals) waardoor zaadcellen moeilijker tot de baarmoeder kunnen doordringen. Nadelen: het middel laat sporen na in de moedermelk, zonder echter de hoeveelheid en de samenstelling ervan te beïnvloeden. Onderzoek naar effecten na gebruik van zeven maanden leverde geen aanwijzingen op voor risico voor het zogende kind.

2. Combinatiepil

Deze pil bevat een combinatie van oestrogenen en progestagenen (geslachtshormonen) en wordt gedurende drie weken dagelijks door de vrouw ingenomen, waarna een stopweek volgt.

3. Anticonceptiering

De ring wordt eens in de vier weken door de vrouw zelf ingebracht. Na drie weken wordt de ring verwijderd en gaat de stopweek in. De werkzame stoffen zijn oestrogenen en progestagenen.

4. Anticonceptiepleister

De pleister wordt drie achtereenvolgende weken op dezelfde weekdag door de vrouw zelf opgeplakt. De vierde week is een stopweek. De werkzame stoffen zijn oestrogenen en progestagenen.

Voor 2, 3 en 4 geldt dat de anticonceptieve werking berust op ovulatieremming. Er vindt geen eisprong plaats en er is dus ook geen natuurlijke menstruatiecyclus. Bloedingen ontstaan omdat er wel wat baarmoederslijmvlies wordt aangemaakt dat gedurende de stopweek wordt afgestoten. Nadelen:

  • door het ontbreken van een natuurlijke cyclus kan het na het stoppen met deze vormen van anticonceptie enkele maanden tot een jaar duren voor de ovulatie terugkeert en de vrouw weer vruchtbaar is
  • de oestrogenen die in deze middelen verwerkt zijn hebben een zogenaamde systemische werking. Dit wil zeggen dat ze zich door het hele lichaam verspreiden. Dit maakt deze middelen ongeschikt voor vrouwen die borstvoeding willen geven.

B. Middelen die door de arts worden ingebracht

5. Anticonceptiestaafje

Het staafje wordt eens in de drie jaar door de arts ingebracht. Soms wordt dit in geval van overgewicht bij de vrouw eens in de twee jaar gedaan. De anticonceptieve werking berust op ovulatieremming en veranderingen in het slijmvlies van de baarmoederhals waardoor de toegang van zaadcellen tot de baarmoeder wordt bemoeilijkt. De activiteit van de eierstokken wordt niet volledig onderdrukt, maar tot nu toe zijn er gedurende de eerste twee jaar na plaatsing van het staafje geen ovulaties waargenomen en gedurende het derde jaar slechts af en toe. Nota bene :

  • na een bevalling of na een miskraam of abortus gedurende de 4e t/m 6e maand van de zwangerschap, moet het staafje tussen dag 21-28 erna worden ingebracht
  • bij het geven van borstvoeding wordt het staafje vier weken na de bevalling ingebracht. Indien er geen borstvoeding wordt gegeven moet dit tussen dag 21 -28 na de bevalling gebeuren.

6. Prikpil

Dit middel wordt eens per 12-13 weken door een arts geïnjecteerd. De anticonceptieve werking berust op de remming van de door de hypofyse afgescheiden hormonen die o.a. de rijping van de eicel bevorderen. Hierdoor vindt er geen eisprong plaats en wordt een langdurige ovulatieremming veroorzaakt. Nadelen: het middel laat sporen na in de moedermelk, zonder echter de hoeveelheid, kwaliteit en de samenstelling ervan negatief te beïnvloeden. Onderzoek bij pubers die als zuigeling aan het middel werden blootgesteld laat geen negatieve effecten op ontwikkeling en gedrag zien. Ook kan het erg lang duren voordat de ovulatie weer op gang is, soms tot wel twee jaar. Voor zover bekend kan het middel zonder gevaar gebruikt worden.

7. Hormoonspiraal

Dit middel, ook wel IUD (IntraUterineDevice ) genoemd, wordt eens in de vijf jaar door de arts ingebracht. De anticonceptieve werking berust vooral op de effecten van het hormoon levonorgestrel dat het spiraaltje plaatselijk afgeeft. Hierdoor wordt de verdikking en uitrijping van het baarmoederslijmvlies tegengegaan en wordt zo voorkomen dat de eicel zich innestelt in de baarmoederwand. Waarschijnlijk speelt ook een door het hormoon veroorzaakte verdikking van het baarmoederhalsvlies een rol: de zaadcellen kunnen zo minder gemakkelijk de baarmoeder binnendringen. Bijwerkingen: het spiraaltje veroorzaakt binnen drie maanden een sterke vermindering van de menstruele bloedingen en soms blijft de menstruatie geheel uit. De natuurlijke cyclus wordt evenwel behouden. Nadelen: het afgegeven hormoon laat sporen achter in de moedermelk. Maar gezien de lokale toepassing ervan is de verspreiding door het lichaam beperkt. Voor zover bekend kan het spiraaltje zonder gevaar worden gebruikt.

8. Koperspiraal

Ook dit middel wordt eens in de vijf jaar door de arts ingebracht. De anticonceptieve werking wordt veroorzaakt doordat het koper de zaadcellen van de man inactief maakt. Waarschijnlijk speelt ook de verdikking van het baarmoederhalsvlies een rol: de zaadcellen dringen zo moeilijker door tot de baarmoeder. Sporadisch kan toch een bevruchting ontstaan, maar het spiraaltje voorkomt dan de innesteling van de bevruchte eicel in baarmoederwand, zodat een zwangerschap uitblijft. Aan dit middel komen geen hormonen te pas. De natuurlijke cyclus wordt behouden. Wel is er een kans op verergering van de menstruatie in de periode vlak na het inbrengen van het spiraaltje.

Anticonceptie na de bevalling

De keuze voor een anticonceptiemiddel dat na de bevalling kan worden gebruikt hangt heel nauw samen met de persoonlijke omstandigheden, mogelijkheden en wensen van de vrouw (en haar partner), zoals:

  • wil ze direct na de bevalling beginnen met anticonceptie?
  • geeft ze borstvoeding ?
  • wil ze haar natuurlijke cyclus behouden?
  • wil ze haar menstruatie behouden of liever verminderen?
  • wil ze zelf de controle houden en op elk gewenst kunnen stoppen met anticonceptie?
  • is ze bereid en heeft ze de discipline elke dag een pil te slikken?
  • is ze bereid en in staat tijdig naar de arts te gaan voor vaginale inbreng of een injectie?
  • hoe lang wil ze stoppen met anticonceptie en heeft ze een kinderwens voor de nabije toekomst?
  • spelen financiële overwegingen een rol?

De genoemde anticonceptiemiddelen en hun relatie tot bovenstaande persoonlijke omstandigheden worden hieronder nog eens overzichtelijk aangegeven in tabel 1.

Direct na bevalling (binnen 4 weken) Borstvoeding mogelijk Natuurlijke cyclus behouden (mogelijk) verminderde menstruele bloedingen mogelijkheid direct te kunnen stoppen dagelijks of wekelijks herinneren inbreng huisarts / gynaecoloog langdurige stop duur in aanschaf
Pil + x x x x
Pil - x x x x
Ring x x x x
Pleister x x x x x
Staafje x x x x x
Prikpril x x x x x
Spiraal + x x x x x x
Spiraal - x x x x x

Tabel 1: overzicht van door farmaceutische industrie geproduceerde anticonceptiva en de bijbehorende praktische mogelijkheden; Pil - en Spiraal - bevatten geen oestrogenen."

De kosten van anticonceptiemiddelen

Het is raadzaam zich door de zorgverzekeraar goed te laten informeren over de kosten die verbonden zijn aan het gebruik van anticonceptiva.

Anticonceptiemiddelen worden vaak vergoed via een aanvullende module, maar dikwijls tot een maximum bedrag. Inbrengen van een anticonceptivum door de huisarts wordt gedekt door de basisverzekering. Voor inbrengen van anticonceptiva door een gynaecoloog of andere specialist wordt een beroep gedaan op het eigen risico (dat wil zeggen dat de eerste 350 euro aan ziektekosten door de zorgafnemer zelf wordt betaald) en het is aan te bevelen dit alleen te doen als er sprake is van een indicatie als bijvoorbeeld een lastig liggende uterus, een myoom, e.d.

Externe links

Het farmacotherapeutisch kompas - Onafhankelijke geneesmiddeleninformatie voor zorgprofessionals.

Auteur

De eerste versie van dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door Syanni Kristalijn en is geschreven door Marianne Thomeer.

Zoekwoorden

Anticonceptie, voorkomen van zwangerschap, seks, seksualiteit.


VOORBEHOUD

Het lezen van artikelen op Babypedia kan niet worden gezien als vervanging van een consult met een specialist zoals bijvoorbeeld een arts. De teksten op Babypedia zijn bedoeld voor het verkrijgen van een beter algemeen begrip van bepaalde zaken, en bijvoorbeeld niet voor het doen van (zelf)diagnostiek. Voor professioneel advies kun je het beste contact opnemen met een professional op het gewenste gebied.

Speciale pagina's