Vitamines

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Vitamines zijn stoffen die het lichaam over het algemeen niet zelf kan aanmaken, maar die wel van groot belang zijn om het goed te laten functioneren. Om deze stoffen toch binnen te krijgen zijn we dus volledig aangewezen op ons dieet.

Omschrijving

Vitamines zijn betrokken bij allerlei processen in het lichaam en komen in kleine hoeveelheden voor in ons voedsel. We hebben er niet heel veel van nodig, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld essentiële voedingsstoffen als vetten, eiwitten en suikers. Vitamines zijn altijd zogenaamde organische verbindingen, afkomstig van planten en dieren. Tegenwoordig kunnen ze ook in een laboratorium gemaakt worden.

Geschiedenis

In het begin van de twintigste eeuw ontdekte een Poolse biochemicus, Casimir Funk, dat gebrek aan een bepaalde stof ziekte kon veroorzaken. Hij noemde deze stof ‘vitamine’: een samenvoeging van twee Latijnse woorden: ‘vita’ (leven) en ‘amines’ (stikstofverbinding). Zo ontdekte hij de eerste vitamine, B1 ofwel thiamine genaamd. Later is duidelijk geworden dat lang niet alle vitamines stikstof bevatten, maar de benaming is hetzelfde gebleven. Aan het einde van de twintigste eeuw is men erin geslaagd om vitamines na te maken. Deze werden als eerste toegepast in de geneeskunde bij het behandelen en voorkomen van ziekten.

Mineralen en spoorelementen

Naast vitamines behoren ook de mineralen en spoorelementen tot de stoffen die het lichaam nodig heeft, maar niet zelf kan aanmaken. Het belangrijkste verschil is dat deze stoffen uit de dode natuur komen en door planten en dieren via water of voedsel moeten worden opgenomen. Deze stoffen heeft het lichaam in mindere mate nodig. Bovendien is nog niet van al deze stoffen aangetoond dat ze van essentieel belang zijn voor het lichaam. De mineralen en spoorelementen vallen verder buiten het bestek van dit artikel.

Overzicht vitamines

Het menselijk lichaam beschikt over het vermogen om een enorm arsenaal aan verbindingen (chemische stoffen) te maken, die het leven mogelijk maken. Er bestaan slechts dertien verbindingen die we wel nodig hebben maar niet aan kunnen maken. Hun naamgeving is een resultaat van de volgorde van ontdekking, maar deze kan per land verschillen, met als gevolg dat de exacte chemische naam van de stof steeds meer wordt gebruikt.

Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen vitamines die oplosbaar zijn in water (B en C) en vitamines die oplosbaar zijn in vet (A,D,E en K). Aangezien ons lichaam voor een groot deel uit vet bestaat kunnen de vet-oplosbare vitamines gemakkelijk in weefsel opgeslagen worden. Bij ziekten waarbij het lichaam moeizaam vet uit voedsel kan opnemen kunnen tekorten van deze vitamines ontstaan. De water-oplosbare vitamines (B en C) kunnen, als ze in grote hoeveelheden worden ingenomen, het lichaam verlaten via de urine. Desondanks kan er in sommige gevallen toch een schadelijke hoeveelheid van deze vitamines in het lichaam achterblijven.

Hieronder volgt een overzicht van de dertien vitamines, waarbij wordt aangegeven waar het voor dienen, in welke voedingsmiddelen zij voorkomen en wat de gevolgen zijn van een (ernstig) tekort of overschot er aan.

Belangrijk om te vermelden is dat de hieronder beschreven klachten bij tekorten aan vitamines in de Westerse wereld zeer zeldzaam zijn. Ernstige tekorten aan vitamines zien we vandaag de dag vooral bij alcoholisme en bij mensen die als gevolg van ziekte vitamines niet geheel op kunnen nemen uit voedsel. Tekorten aan vitamines door een zeer eenzijdig dieet komen voornamelijk voor in ontwikkelingslanden en ontstaan doorgaans niet bij een normaal gevarieerd Westers dieet.

Vitamine A

De belangrijkste bronnen voor deze vitamine zijn gele en oranje groenten (wortels!), melk, eieren en lever. Vitamine A is met name belangrijk voor het goed functioneren van de retina of netvlies. Dit vlies ligt achterin het oog en vangt het licht op en geeft deze signalen via de oogzenuw door aan de hersenen. Daarnaast speelt deze vitamine ook een belangrijke rol in de groei (en hiermee de vernieuwing) van de huid en slijmvliezen. Een gebrek aan vitamine A leidt tot nachtblindheid en een droge huid en slijmvliezen. Een overmatige hoeveelheid leidt tot hoofdpijn en gewrichtspijnen.

Vitamine B1

Vitamine B1 kennen we ook onder de naam thiamine. Door het eten van vlees, bonen, peulvruchten en granen krijgt men het binnen. Deze vitamine is met name belangrijk voor het metabolisme van koolhydraten in het lichaam. Een tekort leidt tot gevoelsstoornissen in voeten en handen. In de westerse wereld komt dit voornamelijk voor bij alcoholisme.

Vitamine B2

Deze vitamine wordt ook wel riboflavine genoemd en zit met name in vlees, vis en melkproducten en speelt een rol in diverse chemische reacties in het lichaam. Een ernstig tekort leidt tot wonden aan de huid en slijmvliezen.

Vitamine B3

Vitamine B3 kennen we ook onder de naam niacine en zit in vis, melk en graanproducten. Zij kan deels door het lichaam zelf gevormd worden, maar slechts in een onvoldoende mate. Een tekort leidt tot de ziekte pellagra wat gekenmerkt wordt door afwijkingen aan die delen van de huid die aan de zon worden blootgesteld, diarree en mentale veranderingen. In perioden van groei is deze vitamine nodig voor de vorming van eiwitten.

Vitamine B5

Vitamine B5, ook bekend als panthoteenzuur, is te vinden en veel voedingsproducten, met name vlees en granen. Zij speelt een belangrijke rol in het vet metabolisme. Een tekort is zeer zeldzaam.

Vitamine B6

Deze vitamine wordt ook wel pyridoxine genoemd en speelt een rol in het metabolisme van eiwitten in het lichaam. B6 is te vinden in diverse soorten groenten en vlees. Zowel een tekort als een overschot leiden tot gevoelsstoornissen in handen en voeten en huidafwijkingen. In de eerste levensmaanden is het verbruik van eiwitten en daardoor de behoefte aan deze vitamine vrij hoog.

Vitamine B8

Vitamine B8 is aanwezig in diverse soorten voeding zoals graan, ei en lever. Het vitamine, ook bekend als biotine, wordt daarnaast geproduceerd door de darmflora. Tekorten zijn zeldzaam, maar kunnen ontstaan bij een verstoorde darmflora. Symptomen zijn kaalheid, spierpijn en ontsteking van huid en darmen.

Vitamine B11

Deze vitamine is beter bekend als foliumzuur en aanwezig in vers fruit en bladgroenten. In het lichaam heeft het een belangrijke functie bij synthese van eiwit. Een tekort kan bij volwassenen leiden tot een anemie ofwel bloedarmoede (te laag gehalte van rode bloedcellen).

Daarnaast is gebleken dat foliumzuur een belangrijke rol speelt bij de aanleg van het zenuwstelsel van de foetus. Toediening van 400 microgram foliumzuur vanaf vier weken voor tot acht weken na de bevruchting kan helpen voorkomen dat er afwijking ontstaat aan het zenuwstelsel, zoals spina bifida (ook wel bekend als een open rug). (bron: advies gezondheidsraad).

Vitamine B12

B12 is ook wel bekend onder de naam cobalamine en bevindt zich uitsluitend in dierlijke producten. Een tekort leidt ook tot een tekort aan rode bloedcellen (anemie) en kan in ernstige gevallen leiden tot zenuw-schade.

Vitamine C

Een van de meest bekende vitamines is vitamine C, ofwel ascorbinezuur. We krijgen deze vitamine binnen door inname van vers fruit en groente. Het speelt een belangrijke rol bij de opname van ijzer uit voedsel in de darmen. Een tekort leidt tot scheurbuik, een ziekte die vroeger nog weleens voorkwam op schepen bij gebrek aan groente en fruit.

Vitamine D

Deze vitamine is voornamelijk aanwezig in vis en melk. De huid is ook in staat deze vitamine zelf aan te maken, met behulp van zonlicht. In het lichaam is vitamine D betrokken bij de opname van calcium en fosfaat, beiden belangrijk voor de opbouw van botten. Een tekort leidt dan ook tot afwijkingen aan de botten, terwijl een overschot een (te) hoog calciumgehalte in het lichaam kan veroorzaken.

Vitamine E

Vitamine E is te vinden in bladgroente, plantaardige olie en granen. Vitamine E is in het lichaam werkzaam als antioxidant, wat wil zeggen dat het ongewenste schadelijke reacties kan voorkomen. Een tekort leidt tot aantasting van het zenuwstelsel.

Vitamine K

Vitamine K is een uitzondering op de andere vitamines omdat zij voor een groot deel wordt geproduceerd door darmbacteriën en wordt aangevuld door opname uit bladgroenten. In het lichaam is deze vitamine essentieel voor de productie van stollingsfactoren die het bloed doen stollen als er een bloeding ontstaat. Pas geboren baby’s hebben nog geen darmbacteriën en hebben dus bij voorbaat een tekort aan vitamine K. Daarom krijgt elke pasgeborene één milligram vitamine K toegediend en wordt geadviseerd tot de leeftijd van drie maanden dagelijks vitamine K te geven. Zie ook het stukje ‘vitaminesupplementen voor kinderen’ hieronder.

Vitamine supplementen

Onderstaande adviezen over supplementen zijn afkomstig van de Gezondheidsraad; dit is een onafhankelijk organisatie die onze overheid adviezen geeft op het gebied van volksgezondheid. De adviezen gaan uit van gezonde personen met een gemiddeld voedingspatroon. Voor volwassenen en kinderen met een gestoorde opname van vitamines gelden uiteraard andere adviezen!

Vitamine supplementen voor kinderen

De Gezondheidsraad adviseert om kinderen van nul tot vier jaar dagelijks tien microgram vitamine D te geven. Voor kinderen met een donkere huidskleur en kinderen die niet buiten komen, geldt dat zij in sommige gevallen langer extra vitamine D nodig hebben. Het is verstandig om in dat geval advies hierover in te winnen bij de huisarts. Voor kinderen die borstvoeding krijgen geldt dat tot en met de leeftijd van één week tot drie maanden wordt geadviseerd om een supplement van 150 microgram vitamine K te geven.

Let op! Indien kinderen flesvoeding krijgen wordt geadviseerd om ook tien microgram vitamine D te geven. Bij een inname van 500 ml per dag zit er voldoende vitamine K in de flesvoeding. Als de inname dus minder is dan 500 ml wordt geadviseerd alsnog vitamine K bij te geven.

Vitamines tijdens de zwangerschap

Een gezonde en gevarieerde voeding voorziet tijdens de zwangerschap voldoende in de behoefte aan vitamines van moeder en kind. Uitzonderingen hierop zijn vitamine D en foliumzuur. De gezondheidsraad adviseert dan ook om tijdens de zwangerschap tien microgram vitamine D extra in te nemen en 400 microgram foliumzuur vanaf vier weken vóór tot acht weken na de conceptie.

Borstvoeding

Voor de meeste vitamines geldt dat zij in borstvoeding een voldoende mate aanwezig is om de behoefte van het kind te dekken. Uitzonderingen hierop zijn vitamine D en K, die in te lage hoeveelheden in de borstvoeding aanwezig is. Een pasgeborene is daarom afhankelijk van de eigen productie van vitamine D door de huid en vitamine K door darmbacteriën. Maar omdat er toch tekorten dreigen te ontstaan wordt geadviseerd deze vitamines kunstmatig aan te vullen. Zie ook het stukje over ‘vitaminesupplementen voor kinderen’ hierboven..

Referenties

1. Adviezen Gezondheidsraad 2. Vitamine K suppletie bij zuigelingen 3. Voedingsnormen vitamine D 4. Kindergeneeskunde, J. van den Brande, derde druk 1998.

Externe links

http://www.vitamine-info.nl/ (gesponsorde site)

http://voedingscentrum.nl/

Auteurs

De eerste versie van dit artikel werd geschreven door Daphne Voorend en Anton Bussink.

Zoekwoorden

Gezond eten, supplement, supplementen, vitaminepil, vitaminepillen, voeding, gezonde voeding


VOORBEHOUD

Het lezen van artikelen op Babypedia kan niet worden gezien als vervanging van een consult met een specialist zoals bijvoorbeeld een arts. De teksten op Babypedia zijn bedoeld voor het verkrijgen van een beter algemeen begrip van bepaalde zaken, en bijvoorbeeld niet voor het doen van (zelf)diagnostiek. Voor professioneel advies kun je het beste contact opnemen met een professional op het gewenste gebied.