Oxytocine

Uit Babypedia

Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Oxytocine is een hormoon met vele effecten in het lichaam, maar speelt vooral een grote rol rondom de bevalling en bij het geven van borstvoeding. Het hormoon kan worden toegediend om weeën op gang te brengen of de borstvoeding te vergemakkelijken.

Omschrijving

Hoewel de effecten van oxytocine in het lichaam erg divers zijn, is het vooral bekend van zijn rol in het opwekken van weeën waar het ook zijn naam aan ontleent: deze is afgeleid van het griekse woord okytokos wat “snelle bevalling” betekent. Ook speelt het een grote rol bij het op gang brengen van de borstvoeding. Het hormoon wordt zowel bij mannen als vrouwen geproduceerd, voornamelijk in de hypofyse, een klier vlakbij onder de hersenen. Het heeft zowel effecten lokaal (in de hersenen) als elders in het lichaam, aangezien het met het bloed wordt meegevoerd.

Geschiedenis

Oxytocine is een van de eerste hormonen die zijn ontdekt. Al in 1909 werd bekend dat een stof afkomstig uit menselijke hersenen weeën kon veroorzaakt bij zwangere katten. Uiteindelijk is de struktuur van het stofje opgehelderd: oxytocine is een zogenaamd neuropeptide; het is relatief eenvoudig te maken waardoor het ook voor medische toepassingen kan worden gebruikt.

Effecten van oxytocine

Ook al zijn de effecten van oxytocine erg divers, er is sprake van een rode draad: alle effecten lijken gericht op het krijgen, grootbrengen en beschermen van kinderen [1]. De effecten kunnen onderverdeeld worden in fysiologische (puur lichamelijke) en psychologische effecten.

Fysiologische effecten

  • De belangrijkste fysiologische functie van oxytocine is dat het kan zorgen voor zeer lokale spiersamentrekkingen. Tijdens de zwangerschap neemt de gevoeligheid voor het hormoon in de loop van de tijd sterk toe, met name aan het einde, waardoor uiteindelijk de weeën starten door spiersamentrekkingen rondom de baarmoeder. Bij moeilijke bevallingen, waarbij de weeën uitblijven of waarbij gevaar optreedt voor de moeder en/of het kind, kan er (extra) oxytocine worden toegediend om de bevalling te verspoedigen. Dit zal over het algemeen gebeuren in een ziekenhuis, vanwege de bijverschijnselen die kunnen optreden.
  • Na de bevalling faciliteert oxytocine het geven van borstvoeding, door de zogenaamde toeschietreflex mogelijk te maken. Bij stimulatie van de tepel door het kind komt oxytocine vrij, spiertjes in de tepel spannen zich aan en de melk vloeit naar buiten. Bij moeders die geen erg sterke toeschietreflex hebben, om wat voor een reden dan ook, is er een neusspray op de markt die het hormoon bevat.

Psychologische effecten

De effecten op de hersenen worden niet alleen veroorzaakt door oxytocine in het bloed, maar zijn vooral het gevolg van een direct effect in de hersenen. Er is hier veel onderzoek naar gedaan, waardoor we tegenwoordig veel inzicht hebben in gedragsverandering veroorzaakt door oxytocine. Over het algemeen helpt oxytocine bij het tot stand brengen van een band met kinderen, een partner of een groep waar iemand deel van uitmaakt. Positieve sociale interacties, zoals aanrakingen, knuffelen en vrijen, leiden tot een verhoging van oxytocine, waardoor deze uitingen van affectie leiden tot een toename van het onderling vertrouwen. Het is gebleken dat oxytocine in sterke mate bepaalt hoe sterk de binding is die de moeder met haar kind voelt. Bij partners vergroot dit de kans op een monogame relatie, met van oudsher grotere overlevingskansen voor eventuele kinderen. Door bovenstaande bevindingen werd in wetenschappelijke kringen ook wel gesproken van een “liefde-“ of “knuffel-hormoon”. Deze kwalificatie lijkt echter een beetje voorbarig aangezien verder onderzoek heeft aangetoond dat er ook een schaduwzijde is: oxytocine bevordert sterk het groepsgevoel waardoor het ook agressie kan opwekken tegen een concurrerende groep [2]. De bevinding dat oxytocine een grote rol speelt bij sociale interacties wordt onderbouwd door het feit dat bij autisme, waarbij sociale interacties sterk beperkt zijn, de stof in kleinere hoeveelheden aanwezig is.

Bronnen

Referenties

1. Lee HJ, Macbeth AH, Pagani JH, Young WS (June 2009). "Oxytocin: the great facilitator of life". Prog. Neurobiol. 88 (2): 127–51. doi:10.1016/j.pneurobio.2009.04.001. PMC 2689929.

2. http://www.nu.nl/gezondheid/2269290/knuffelhormoon-wekt-agressie.html

Auteur

De eerste versie van dit artikel werd geschreven door Anton Bussink.

Zoekwoorden

Hormoon, hormonen, hechting, hechtingshormoon, knuffelen, bonding, band